Geschiedenis en naam

Ontstaan

Impeesa is ontstaan uit een fusie van een aantal scoutinggroepen voor meisjes uit de stad Groningen. Een van deze groepen was opgericht in 1927, wat daarna het oprichtingsjaar van Impeesa werd genoemd.
Impeesa was van origine een landscoutinggroep en bestond uit de Kabouters ( 7-11 jaar), Padvindsters (11-16 jaar), Sherpa’s ( 16-18 jaar) en de stam (18 jaar en ouder).

Stadspark 1954; de locatie van het clubhuis is omcirkeld

 

Fusie

De originele groepsdas was bruin met een beige rand.
Rond 1960 werd er een waterafdeling aan de groep toegevoegd, de Zeemeeuwen, voor meiden van 11-16 jaar die graag wilden zeilen. Zij zeilden in drie boten, de ‘Bolle’, ‘Gjøa’ en ‘Taymir’.
Terwijl de Zeemeeuwengroep groeide, liep het animo voor de landspeltakken erg achteruit. Rond 1990 waren er nog maar vier padvindsters en werd besloten deze speltak op te heffen. De overgebleven padvindsters gingen over naar de Zeemeeuwen. De sherpa’s en de stam waren inmiddels ook niet meer actief. Een jaar later ging de laatste lichting kabouters naar de Zeemeeuwen en dat betekende het einde van de landscouting voor Impeesa.

Vanaf 1991 bestond Impeesa alleen nog uit de Zeemeeuwen, die met veel moeite het hoofd boven water konden houden, en uit de Ragazze (van 17 jaar en ouder). In 1994 hield Ragazze op te bestaan. In datzelfde jaar besloot een groep enthousiaste Zeemeeuwen een nieuwe speltak op te richten, namelijk de Cupido. De Cupido heeft een jaar bestaan als wildevaart groep (16-18 jaar) en heeft zichzelf daarna tot loodsenstam bevorderd (18 jaar en ouder).

Groei

Vanaf 1995 begon de groep weer te groeien, wat resulteerde in de aanschaf van een nieuwe boot, de ‘Jente’. De groei leverde ook veel energie en enthousiasme op, wat een aantal leden ertoe bewoog nieuw leven te blazen in de kabouters. In 2001 gingen dus de kabouters weer van start, maar wel met een waterscouting inslag, vandaar dat zij bij Meerminnen genoemd werden.

Vanaf 1995 heeft Impeesa weer drie bloeiende speltakken. Was zij van oudsher een landscouting groep, tegenwoordig zijn alle speltakken geheel ingericht als waterscouting speltakken.

Naam

Impeesa betekent ‘de wolf, die nooit slaapt’ oftewel ‘the wolf that never sleeps’. De Matabele, een Afrikaanse stam, gaf Lord Baden-Powell deze naam, tijdens een van zijn vele tochten door het ruige Afrika.

Baden Powell

Baden-Powell werd ooit eens M’hlala panzi genoemd door de Zulus (‘he who lies down to shoot’ oftewel ‘hij die gaat liggen om te schieten’). Hij kreeg deze bijnaam door het ontwikkelen van een aparte manier voor het schieten met zijn geweer tussen zijn benen, terwijl hij op zijn rug lag.

Gedurende de Ashanti expeditie (1890) werd hij ‘Katankye’ genoemd, ‘the man with the big hat’ oftewel ‘de man met de grote hoed’. Toen leerde hij ook het geheim kennen van het schudden van de linkerhand. Een stamhoofd van de Ashanti bood zijn linkerhand aan. Daarop bood Baden-Powell zijn rechterhand aan, maar toen zei het stamhoofd tegen Baden-Powell: “Nee, in mijn land schudden de moedigste der moedigen met de linkerhand.”Deze vorm van ontmoeting werd vanaf toen een algemeen gebruik binnen Scouting.

Impeesa

Maar de meest beroemde Afrikaanse bijnaam kwam van de Matabele: ‘Impeesa’ oftewel ‘de wolf’. Impeesa werd ook wel vertaald als `the beast that does not sleep, but walks about at night’ (‘het beest dat niet slaapt, maar ’s nachts rondloopt’). De bijnaam werd bekend op Mafeking, waar het naar het Engels werd vertaald als `The wolf that never sleeps’ (‘de wolf, die nooit slaapt’). Deze bijnaam had Baden-Powell te danken aan zijn reputatie van een oplettende militaire scout.

De origine van ‘Impeesa’ is echter een vreemd verhaal. Er zijn geen wolven in Afrika en ‘Impeesa’ betekent hyena. Het is mogelijk dat Baden-Powell het woord niet goed heeft begrepen, omdat hyena genoemd worden, niet bepaald een compliment is.

Maar hoe dan ook, de bijnaam ‘Impeesa’, ‘de wolf’, werd een grote traditie binnen scouting en Baden-Powell droeg hem met trots.